De Corsicaanse cultuur is een juweel, een kostbaar edelsteen die sommigen met hart en ziel in stand houden. Een plicht om de geschiedenis levend te houden? Een diepgewortelde behoefte? Wat de drijfveren ook mogen zijn, deze mannen en vrouwen, die de toekomst van het volk veiligstellen, delen met passie hun liefde voor dit land via muziek, zang, land- en veeteelttradities en ambachtelijke kunst.
Dat geldt ook voor Antoine Tramini, die ik in het bolwerk van Sampiero Corso, in Bastelica, achter de deuren van zijn messenmakerij heb ontmoet. Zijn stem heeft veel weerklank, zijn arpeggio’s en geschriften zijn alom bekend. Hij is tevens docent Corsicaans en een fervent doorgever van kennis. Hij, die zichzelf in de eerste plaats omschrijft als een „cultureel activist”, heeft mij hartelijk de deur geopend.
Koffie drinken met Antoine betekent je overgeven aan een praatje, bij voorkeur in twee talen, even pauzeren om feitelijk te verduidelijken hoe Corsica vroeger was, hoe Corsica vandaag is… En te speculeren over wat Corsica morgen zal zijn.
Deze man, afkomstig uit Cuttoli-Corticchiato, heeft vele talenten en is tevens messenmaker, met respect voor de eeuwenoude kunst van het smeden. Antoine behoort tot degenen die bijdragen aan de heropleving van de Corsicaanse messenmakerij. We zaten in zijn atelier bij het haardvuur en spraken over dit vak en de uitdagingen die het met zich meebrengt.
Het Corsicaanse messenmakerij, een duizendjarige vuurkunst
Historische bewijzen tonen aan dat de Corsicanen al sinds de prehistorie het vuur en het smeden beheersen. Men moet zich een Corsica uit een ander tijdperk voorstellen, bevolkt door jager-verzamelaars die zelfvoorzienend en in harmonie met de natuur leefden. Uit bepaalde geschriften blijkt dat mensen zich vestigden op strategische plekken die cruciaal waren voor hun overleving: in de buurt van water, klei en ook niet ver van de afzettingen op het eiland waaruit staal kon worden vervaardigd.
Daarnaast speelt ook de strategische ligging van Corsica, midden in de Middellandse Zee, een rol in deze geschiedenis. Deze ligging heeft het eiland tot een belangrijk centrum van culturele en economische uitwisselingen gemaakt. Maar juist daardoor heeft het in de loop van zijn geschiedenis ook te maken gehad met talrijke invasies.

De jaren verstrijken en het vakmanschap wordt steeds verder verfijnd. De rondtrekkende smeden brengen hun kennis mee en nemen mee wat ze hier aantreffen. In de Middeleeuwen is de smid net zo belangrijk als de herder binnen de eilandgemeenschap. Terwijl de herder degene is die voor voedsel zorgt, is de smid degene die bouwt. Men neemt aan dat ze destijds werden beschouwd als „u mazzeru“ – de tovenaar – van het dorp; want de smid beheerst het vuur, kent de natuur en is verbonden met de dood, genezing en gebeden.
Zowel de smid als de herder vormen een duo dat onmisbaar is voor het evenwicht van deze kleine beschavingen.
Het mes zoals we dat vandaag de dag kennen, was in die tijd nog veel primitiever, net als zwaarden en dolken, die als gevechtsmessen dienden. Gedurende decennia zou Corsica zich verder ontwikkelen en zou de kennis van het smeden op natuurlijke wijze worden doorgegeven.


Van de ondergang tot de heropleving van de Corsicaanse ambachten
De Eerste Wereldoorlog, van 1914 tot 1918, heeft het Corsicaanse volk diep getekend. Het eiland heeft tijdens deze oorlog een zware menselijke tol betaald. Corsicaanse mannen van alle leeftijden werden naar het front gestuurd. Aan het einde van de oorlog was de conclusie onomstotelijk: de bijna 15.000 mannen die nooit zijn teruggekeerd, hebben een deel van de vakkennis met zich meegenomen. De vrouwen namen het stokje over. Maar het eiland bleef kwetsbaar.
Tijdens het interbellum raakt Corsica steeds verder ontvolkt. Degenen die de oorlog hebben overleefd, moeten nu vechten om het eiland weer op te bouwen en soms vertrekken om te overleven. Bijna 30 jaar lang bouwt de bevolking het eiland weer op, geeft tradities door en moet tegelijkertijd het hoofd bieden aan diverse epidemieën (zoals de Spaanse griep).
Aan het einde van de Tweede Wereldoorlog zou het aanzien van Corsica ingrijpend veranderen. Tussen 1950 en 1960 vond er een verstedelijking van het eiland plaats. Boeren, ambachtslieden en dorpsbewoners werden aangemoedigd om in de stad te gaan wonen. De levenswijze verandert, de massaconsumptie neemt vorm aan. Geleidelijk aan raken de tradities in de vergetelheid, het ambacht verdwijnt. Het messenmakersvak, het schoenmakersvak, het pottenbakkersvak en het kleermakersvak verdwijnen langzaam maar zeker.
“Je hoeft het niet meer zelf te maken, want je kunt het kopen.”
Men doet dan familie-erfstukken, Corsicaanse snoeimessen, stiletten, pistolen, antieke meubels en ander gereedschap waarvan men geen gebruik meer maakt, van de hand. Het is overigens uit die tijd dat een groot aantal voorwerpen is verzameld en vandaag de dag in het Museum van Corte te zien is.
In 1975 waren er op Corsica geen messenmakers meer.„Men spreekt van een tijd waarin het dorp Cuttoli-Corticchiato 4 smeden en 7 à 8 timmerlieden telde. Het dorp Bastelica telde 12 caféhouders en 6 tot 7 kleermakers”. Het verdwijnen van het ambacht verandert het aanzien van het hele eiland ingrijpend.
U Riacquistu, de herontdekking van een eeuwenoude messenkunst
In diezelfde jaren blies een man, Paul Casabianca, een voormalige smid, deze kunst nieuw leven in door thuis, in zijn vrije tijd, enkele messen te maken. Hij werd gevolgd door Paul Santoni, Christian Moretti, Jean-Pierre Ceccaldi en Franck Thomas. Geleidelijk aan bliezen zij het ambacht van de Corsicaanse messenmakerij nieuw leven in. Wat later een beroep zou worden, was toen nog slechts een hobby; maar de eerste tekenen van een ambachtelijke renaissance waren al merkbaar.
Opnieuw vindt er een overdracht plaats op het eiland. Tot in de jaren ’90 herrijst het Corsicaanse mes uit zijn as. Op initiatief van Christian Moretti en andere ambachtslieden uit de glas- en metaalindustrie wordt in Ponte Leccia zelfs een opleidingscentrum (het OCERM) opgericht rond de kunst van het vuur… Hoewel dit centrum al vrij snel weer zijn deuren sloot, was het niettemin een teken van een echte heropleving van de belangstelling voor de traditie van het vuur.

Het commerciële succes van de Corsicaanse messen zal natuurlijk de begeerte aanwakkeren. Overal zullen replica’s worden verkocht, waarbij de beroemde „Corsica“ wordt aangeprezen (een flauwe marketingkopie die de prijs die op sommige veilingsites wordt gevraagd, niet waard is). Dat staat dan ver af van het traditionele Corsicaanse mes, dat volledig met de hand wordt vervaardigd, van de smidse tot de afwerking.
Dit zal een nieuwe generatie messenmakers – waaronder Jean Do Susini – ertoe aanzetten om dit vakmanschap te beschermen en mensen hieromheen te verenigen. Zo werd in 2008 de eerste“Sindicatu di i Cultellaghji Corsi”opgericht. De vakbond stelt een handvest op waarin transparantie als belangrijkste uitgangspunt wordt genoemd.
Hoewel het namaken van het Corsicaanse mes niet kan worden tegengehouden, kunnen consumenten voortaan vertrouwen op het keurmerk van de beroepsvereniging, dat hen een authentiek product met een eigen identiteit garandeert. Daartoe komt elk jaar een jury bijeen om de leden van de vakbond te controleren en te beoordelen. Zij kent de keurmerken toe, die bestaan uit een moeflonkop (voor kwaliteit) en een moeflonkop in combinatie met twee varentakken (voor uitmuntendheid).
Alle ambachtslieden die lid willen worden van het gilde, zijn uiteraard vrij om dat te doen. Hiervoor moeten zij de authenticiteit van hun messen aantonen, openheid betrachten over de technieken die bij de vervaardiging worden gebruikt en zo min mogelijk gebruikmaken van onderaannemers. Het Corsicaanse mes, al dan niet opvouwbaar, is in de eerste plaats een mes dat volledig met de hand wordt vervaardigd, van de smidse tot de afwerking.
Terwijl ik nog steeds in het atelier van Antoine zit, valt het me op hoeveel stukken hout er op een overzichtelijke manier op de planken liggen. Hij legt me uit dat al dit hout afkomstig is van zijn eigen terrein, dat hij in zijn eentje exploiteert.
Beetje bij beetje begin ik te begrijpen dat messenmaker zijn op Corsica niet zomaar een beroep is. Het is een vorm van activisme gericht op het verdedigen van een land en een geschiedenis, en het voorkomen dat een hele cultuur vervaagt onder het gewicht van een steeds verdergaande globalisering. Door het respecteren van eeuwenoude tradities die uit de oudheid zijn overgeleverd, of door de verbondenheid van mannen en vrouwen die zich inzetten voor een prehistorische kunst: het beheersen van het vuur.
De Corsicaanse messen van Antoine Tramini
Antoine is sinds 2003 messenmaker en behoort tegenwoordig tot de professionele messenmakers van het eiland. In 2019 volgt hij een opleiding van een jaar aan de school van Christian Moretti in de buurt van Albi.
Hij legt me uit dat elke messenmaker zijn eigen stijl heeft. Zijn messen zijn herkenbaar aan hun vorm of aan zijn handtekening op het lemmet.
Antoine vervaardigt traditionele modellen met een eigen stijl. Hoewel het geen handelsmerk is, is het vouwmes toch een beetje zijn paradepaardje. Hij werkt ook graag aan de Corsicaanse stiletto en gaat graag in op andere verzoeken: jachtdolken, hakmessen, vuursteen-aanstekers…

Net als de meeste messenmakers op het eiland betrekt hij zijn staal uit Frankrijk. Deze staalstaaf, met een min of meer hoog koolstofgehalte, wordt vervolgens in de smederij bewerkt. Een op het eerste gezicht alledaags stuk, dat echter al snel vol energie raakt. Een aambeeld en andere historische voorwerpen vormen het decor. De samensmelting tussen Antoine en het vuur is fascinerend.
Het gaat zelfs zo ver dat ik vergeet vragen te stellen… Gelukkig is hij gewend om kennis door te geven.
Vervolgens legt hij me het productieproces van het Corsicaanse mes uit. Het lemmet wordt eerst met vuur, een hamer en een vijl bewerkt. Daarna volgt de vervaardiging van het heft, vaak op basis van een specifieke wens van de klant, en het samenvoegen van beide delen. Voordat het afwerkingsproces begint, gaat het mes terug naar de smederij. Het lemmet wordt gehard, geschuurd en gepolijst. Na bijna tweeënhalve dag werk is het mes klaar, gepolijst en klaar om mee te nemen.

Wat ik deze ochtend ook begrijp, is dat dit identiteitsobject – het mes – door niemand beter kan worden beschreven en uitgelegd dan door degene die het vervaardigt. Dat is trouwens een van de weinige manieren om de authenticiteit van producten op Corsica te waarborgen, wat voor producten het ook mogen zijn: door op pad te gaan en de gepassioneerde producenten, ambachtslieden en ontwerpers te ontmoeten.
Antoine is zelf nooit ver van zijn atelier in Bastelica, in het gehucht Vignola. Hij ontvangt zijn klanten graag en vertelt met plezier over zijn vak.
Adres: Pont de Campitrosu, plaats Vignola, 20119 Bastelica